Lucienne Bergsma –  Draaijer geeft alvast een voorzetje, haar verhaal over een plek in de gemeente Heerde lees je hieronder.

Er was eens…

heel, heel, heel lang geleden, werd er een deerne geboren in Heerde. Niet zomaar ergens, maar midden in het mooiste plekkien van ons boeren vaderland. Heerde is een klein dorp met een groot hart. Net als die deerne.

Die deerne mopperde wel eens. Als er een strontkar langsreed en de geur ongevraagd haar neus binnendrong. Of wanneer ze vastzat achter een trekker die precies wist hoe breed de weg was en daar ook dankbaar gebruik van maakte. Maar toch, elke ochtend werd ze wakker met hetzelfde gevoel: Heerde is mijn thuis.

Als ze door het dorp wandelt en uit de Johanneskerk het carillon klinkt ‘Daar was laatst een meisje loos’ of, rond Sinterklaastijd ‘Sinterklaasje, Bonne, Bonne, Bonne’ dan gebeurt er iets. Iets kleins, bijna onzichtbaars. Haar hart begint te stralen.

Ze had haar geheime plekken. Vroeger ging ze vaak vissen met de buurjongen. Langs het kanaal. Aan de grift en de wetering. Met haar zwart-groen fluorescerende vishengel, dobbers van Dierenspeciaalzaak Volkers (wat nu Jobse & Jobse is), en maden die kriebelden in een doosje waar ze liever niet te lang naar keek. Het mooiste plekje lag richting de Assendorperstraat. Met koeien in de verte en paardenbloemen in het gras, was zij helemaal in haar sas. De tijd stond daar een beetje stil. Dat plekje werd magisch, tot er iets stoms gebeurde. Op de Bonenburgerbrug. Ze was onderweg naar huis met de hengel in haar rechterhand. Er reed een auto, te hard, te dichtbij naast haar fiets. Van schrik liet zij haar hengel los. En plons. Haar zwart-groen fluorescerende hengel verdween langzaam in het kanaal. Soms gelooft ze nog steeds dat de brandweer hem ooit opvist. Alsof het verleden zich even laat terugvinden.

Maar Heerde is meer dan één plek. Het Heerderstrand is ook een parel van een plas. Een plasparel. Een plas met herinneringen aan zomers, aan een oud vlot waar ze naartoe zwom, natte handdoeken en zand tussen je tenen. Nog een plas, ik bedoel plek, die haar raakt, is het Pluizenmeertje. Haar ouders hebben daar prachtige trouwfoto’s gemaakt en staat voor haar vast als een liefdevolle en magische plek. Haar eerste date -nu haar man- wandelde er met haar langs. Liefde, zo leerde ze daar, gaat niet alleen door de maag. Het gaat langs water. Langs verhalen. Langs wortels. En dus langs het Pluizenmeer. Alsof het water daar onthoudt wie er langskomt.

Nu hangt er in haar woonkamer een schilderij van het Pluizenmeertje. Kunst uut Heerde. En elke keer als ze ernaar kijkt, voelt ze het weer: dat dit dorp verhalen vasthoudt. En ze doorgeeft. Van generatie op generatie.

Misschien maak jij later ook trouwfoto’s bij de Schaapskooi. Of bij het Pluizenmeertje. Misschien hoor jij het carillon en glimlach je zomaar.

De deerne uut Heerde blijft. Want sommige plekken laten je nooit meer los. Ze leefde nog lang en gelukkig. In Heerde.

Een klein dorp. Met een groot hart.